.

Regatta sailing & competition in the workplace

Met scherpe knallen klappert het zeil, spanning in mijn onderbuik. Nerveus manoeuvreren mijn concurrenten in deze wedstrijd hun boot in de juiste positie. Het weer is onvoorspelbaar, een vlagerige wind. De kunst is om precies op tijd en op snelheid te zijn als het startsein afgaat. Nog 30 seconden. Ik lig te ‘hoog’ t.o.v. de wind/startlijn, trek mijn zwaard ietsje op, val af…. Nog 15 seconden…… Het startsein klinkt en weg zijn we.

Concurrentie betekent competitie. Meten, wie is de beste, slimste en snelste. Wie ziet als eerste die vlaag, die vanuit een net iets andere windhoek over het water scheert? Wie heeft de meest optimale zeiltrim (stand van het zeil zodat je optimaal rendement uit de wind haalt), materiaal op orde en een goede fysieke conditie. Allemaal geen overbodige luxe bij een zeilwedstrijd.

We kruizen naar de bovenwindse boei. Ik lig niet eens slecht, maar verlies hoogte ten opzichte van mijn naaste concurrent. Mijn neerhouder iets strakker? Bij het ronden van de eerste boei wordt er flink gemopperd, ruimte hoor ik mezelf roepen.

De beelden van deze wedstrijd komen in me op, bij het verhaal van een 53-jarige manager van een groot bedrijf. Hij vertelt op zijn kantoor over de herstructurering die daar wordt doorgevoerd. “Ikzelf en een groot deel van mijn collega’s moet opnieuw solliciteren, naar een soortgelijke functie op een andere plek. Ik begrijp dat er iets moet gebeuren, maar over de wijze waarop ben ik slecht te spreken. Goede collega’s zijn opeens mijn concurrent geworden. Het werkt verlammend om steeds te moeten denken in termen van competitie. Welke informatie kan ik delen? Waarmee word ik op een onverwacht moment geconfronteerd als ik anderen nu vertrouw? De bedoeling is dat we als bedrijf beter gaan presteren. Dat betekent vernieuwen. Maar ik kijk nu wel uit om een nieuw idee te lanceren, veel te veel risico”. Hij is nerveus, weet niet of zijn kennis ten opzichte van zijn collega’s goed genoeg is. Er wordt naar elkaar gekeken. Wie heeft de beste positie om te starten in de nieuwe job?

Winnen of verliezen, dat is spannend. Het vraagt om mentale slagkracht. Jongeren leren dit tijdens sportwedstrijden. Trainen van fysieke, mentale en tactische vaardigheden om optimaal te presteren. Sportief, dat betekent sociaal gedrag tijdens een competitie. Niet persé voor de erkenning, wel voor de voldoening. Het hoort (of zou moeten horen) bij de vorming tijdens onze jeugd.

En dan wordt je ondergedompeld in volwassenheid. De competitie verplaatst zich naar de werkvloer, de zorg veelal naar een nieuw team, bijvoorbeeld je gezin. Verantwoordelijkheid groeit op alle fronten. Het gaat heel goed met je carrière. Op enig moment vind je jezelf terug in een functie waarin je veel mensen aanstuurt en verantwoordelijk bent voor een groot budget en bijbehorend afbreuk-risico.

Een manager vertelt mij dat hij verantwoordelijk is voor een omvangrijk technisch programma. Op strategisch niveau zijn intentieverklaringen afgegeven en reeds voorinvesteringen gedaan. Inhoudelijk is hij goed op de hoogte. Hij heeft zijn zaakje goed georganiseerd en is buitengewoon gemotiveerd om dit traject te leiden. Een echte uitdaging. Dan krijgt hij onverwacht bericht dat het hele programma tijdelijk wordt stopgezet. Als we de zaak analyseren komen we uit bij een analyse van het sociale krachtenveld. Waar zit de competitie, van wie weten we dat ze echt gecommitteerd zijn? Van wie weten we te weinig? Wie strijden er met open vizier? In de navolgende weken doet hij onderzoek. Enigszins terneergeslagen vertelt hij me enkele weken later dat iemand een “rattenstreek” met hem heeft uitgehaald. Er is informatie over hem verspreid die niet overeenkomt met de realiteit. Uiteraard onduidelijk door wie en inhoudelijk niet correct. Het kwaad is echter al geschied. Iemand anders gaat straks met de eer strijken van al het voorwerk dat hij heeft verricht.

Soms is de werkvloer niet zo transparant als het sportveld. De organisatiecultuur niet zo verzorgend als ouders bij hun kinderen op de sportclub. De leiding niet zo objectief als de scheidsrechter of je concurrenten in de zeilwedstrijd. Soms is het een gruizige strijd.

Het punt wat ik hier wil maken is dat competitie en strijd onlosmakelijk verbonden zijn met de sociale realiteit op de werkvloer. Dat winnen voornamelijk gaat over de wijze waarmee je omgaat met je eigen emoties, met name je angsten. Durf je te denken in termen van competitie? Welke partijen en belangen spelen mee in deze wedstrijd? Wat zijn de kwaliteiten van je tegenstanders? Welk spel spelen zij? Wat staat er voor hen op het spel? Welk spel wordt onder de waterspiegel gespeeld? Wat is hun strategie? Waar ligt hun belang? En als jij verliest, wat verlies je dan?

Verongelijktheid ligt op de loer. Want ja, de beschavingsnormen schrijven toch voor dat ……. De praktijk blijkt weerbarstig. Kunnen beschaving en strijd samen gaan? Kan het zijn dat we dat dagelijks zien bij onze kinderen op hun sportclubs?

Toen ik vorig seizoen besloot ik mijn jeugdsport weer op te pakken, was ik zo beleefd en voorzichtig geworden (nieuwe boot, oei als die maar niet beschadigd), dat ik de iets ‘brutalere’ zeiler maar voor liet gaan bij de boei. Want, stel je voor…… Daarmee win je dus geen wedstrijd. Pas toen realiseerde ik me dat je soms de adrenaline-signalen vrij spel moet geven. Dat ik was verleerd dat je voluit moet gaan om te winnen. “De Dood of De Gladiolen”

Na een uitputtende wedstijd eindig ik als zevende. Niet slecht in een veld met ervaren zeilers. Nog een beetje high van de adrenaline praten we bij een biertje na over de wedstijd . Vergissingen tijdens de verhitte strijd worden benoemd en weggetoost. Zo wens ik het ook op de werkvloer.

.

Coronadagboek 27 maart 2020

Foto N.T. Klok

Het is vrijdagochtend en de zon schijnt. Alleen vanmiddag staat een afspraak in de agenda. Na het lezen van de krant overvalt mij een neerslachtig gevoel. Terugdenkend komt dat door een artikel waarin het CPB een “worst-case-scenario” schetst. Het kan nog heel lang duren voordat alles weer “normaal” draait. Ik betrap mezelf erop dat ik ondertussen verlang naar “normaal”. Na een operatie en herstel was ik net weer een week aan het werk toen mijn agenda werd leeggeruimd door de coronapandemie. Daar kon ik goed mee leven hoor, een paar weken. Maar nu brandt het vuur weer van binnen om iets te doen.

De vraag is natuurlijk: hoe ga je om met neerslachtigheid. Daar help ik als coach anderen mee, maar mezelf?

Het klinkt simpel en zo is het met al dit soort adviezen. Het idee is niet ingewikkeld, maar de uitvoering lastig. Ik weet ook wel dat nieuws op dit moment niet echt goed is voor mijn humeur, toch lees ik het. Het vervelende gevoel daarna is gelukkig weer wat naar de achtergrond verdwenen. Drie activiteiten hebben daarbij geholpen.

1.     Aandacht richten

  • Met een kop koffie in de hand uitgebreid de planten en bomen in de tuin bestuderen. Welke knoppen komen uit, waar komt nieuw groen boven de grond en wat valt de zon mooi door de takken.

2.     Mensen een hart onder de riem steken

  • Nagaan wie er eenzaam zijn, het heel druk hebben en wie er een gesprek kunnen gebruiken. Een kaartje, een berichtje en een gesprek. Het kost alleen maar tijd en die is er in overvloed. Een geluksgevoel is niet het doel, maar wel het effect.

3.     Een doel nastreven

  • Aan een artikel werken, verdiepen in de achtergrond van een vraagstuk van klant, online college volgen en een flinke wandeling nu het mooi weer is. Dit kost discipline en lukt niet aldoor hoor, maar geeft wel houvast.

“Geluk is als een vakantiehuis, je kunt er niet permanent verblijven, maar wel steeds langer” (vrij naar Dr. E. Dreesens). Bovenstaande activiteiten kunnen je daarbij helpen.

Voor als je -ondanks corona- toch wilt afspreken hebben we maatregelen getroffen:

  1. We houden ons aan anderhalve meter;
  2. Ontsmetten deurknoppen, letten erop dat u zelf een kopje (koffie/thee) pakt om overdracht van het virus te vermijden;
  3. Maken vaker wandelingen. Door bewust methoden van “buiten coachen” in te zetten geeft dit een ander effect dan binnen.
  4. Via het beeldscherm coachen was nieuw voor mij, maar het lijkt toch te werken.

Wens je nog een mooie dag.

Gepubliceerd door

Nanning Thijs Klok

Status is online

Nanning Thijs Klok

Co-owner 2-Tact, (Executive) coach, change facilitator, learning consultant.
Gepubliceerd • 2 d
.

Vakantie

Shit, google-maps stuurt me van de snelweg af Parijs in. De tijd loopt op terwijl ik van ergerniswekkende files verstrikt raak in het chronische Parijse-binnenstad-verkeersinfarct. Waarom volg ik dan ook de routeplanner, waarom …… et cetera. Het duurt lang voordat we Parijs weer uit zijn en onze weg vervolgen. ’s Avonds laat arriveren we op plaats van bestemming. Heerlijk hoor, zo’n huisje, boeken, fietsen, wandelschoenen en een goed humeur. Ondertussen is er vandaag iets doorgebroken in mijn hoofd. Ik kan het nog niet helemaal grijpen, maar het lijkt op een besef, iets dat ruimte geeft. Iets kleins, maar wezenlijk.

De Franse ochtendzon, sterke koffie en een ipad-krant, tevreden strek ik me uit en tuur naar de wuivende boomtoppen. Het valt me zomaar binnen, Ik heb geen zin meer in reizen, niet in autoreizen, vliegtuigreizen, files, massa’s & drommen. Het is een patroon dat zich langzaam ontvouwt in mijn bewustzijn. We doen dit al jaren zo. Niks mis mee natuurlijk, maar toch, er kriebelt iets. Ik verlang naar de spanning van iets nieuws. Een leeg wit vel, een onvoorspelbare tocht. Na het besef komt een besluit. De volgende vakantie is het tijd voor iets nieuws, zelfs niet op vakantie gaan is een optie.

Na deze vakantie spreek ik Jaap. Een cliënt die na zijn persoonlijke begeleidingstraject nog 1 á 2 keer per jaar even komt “sparren”. Jaap stuurt een paar honderd man aan en zit al jaren bij hetzelfde bedrijf. Een goede, degelijke werkgever. Jaap is een gezonde vijftiger met een helder verstand en goed relativeringsvermogen. Zijn bedrijfsonderdeel maakt lastige tijden door wegens doorgevoerde bezuinigingen. Een groot deel van de oorzaken ligt buiten zijn invloedsfeer. Zeker nu de economie beter gaat schuurt dit met de achterblijvende resultaten in zijn unit.

We spreken over nieuwe impulsen die we kunnen organiseren om zijn mensen te blijven motiveren. We spreken over verandermoeheid, over hoe het zoveelste vernieuwings-initiatief ook voor de medewerkers een patroon wordt. Over “metaalmoeheid” van de organisatie door de voortdurende nadruk op meer efficiëntie. En vooral over hoe dat persoonlijk vat op je krijgt, hoe een cultuur tot in je haarwortels doordringt. Hoe je onbewust dingen doet in lijn der verwachting en daardoor soms patronen van onvrede versterkt waar je eigenlijk iets nieuws wilt creëren.

We lopen naar de keuken en terwijl ik nieuwe koffie maak deel ik mijn vakantie-ervaring. Het is niet zozeer de ervaring ‘an sich’ die inslaat, als-wel het intense besef hoe ons menselijk vermogen om iets nieuws te creëren kan worden uitgedoofd zonder dat we daar erg in hebben. Dat je al jaren een bepaald pad bewandelt en ineens beseft dat het doodloopt. Al die tijd en energie. En misschien is het niet eens het pad zelf, maar het besef dat je al een tijd niet echt hebt waargenomen, niet wezenlijk tenminste.

We waren er beiden stil van. Soms ontwikkelt een coaching-gesprek zich tot een dieper besef van ‘zijn’. Vindt een existentieel besef zijn weg naar het bewustzijn. Het was de trigger die Jaap op een nieuw levenspad zette. Ik sprak hem nog enkele keren dat jaar in zijn weg naar zelfstandigheid. Hij heeft nu zijn eigen bedrijf waarmee hij experimenteert met nieuwe, duurzame vormen van vervoer en energie.

En de vakantie? Wij hebben een trekking-fiets met toebehoren aangeschaft en ons aangesloten bij een groeiende gemeenschap lange-afstand-fietsers. Het kriebelt weer vanbinnen als ik de kaarten bestudeer.

Ik wens u een prettige vakantie en daarna bent u uiteraard van harte welkom voor een vrijblijvende kop koffie op ons oude, maar gezellige kantoor in Amersfoort

.

Vertrouwen & klant centraal

Ik schrik wakker en kijk verdwaasd in het gezicht van de conducteur. Ingedut. “Vervoersssbewijs alstublieft”. Altijd weer spannend, ja hoor gevonden en ook nog ingecheckt. Tevreden zak ik weer onderuit. Mijn gedachten gaan naar het krantenartikel van aan paar weken terug. Daarin staat beschreven hoe een conducteur een dame van 70+ laat op de avond, laat uitstappen op een eenzaam station. Niet ingecheckt. Net als ik weer wegdommel hoor ik de conducteur in mijn coupé zijn stem verheffen. “Maar mevrouw” galmt zijn stem. Alle passagiers kijken gespannen in zijn richting. Ik houd mijn adem in. De mevrouw in kwestie kijkt verschrikt. Ook zij is oud en bovendien duidelijk niet goed thuis in de Nederlandse taal. Ik probeer haar in te schatten. Misschien woont ze hier net, komt ze uit oorlogsgebied. Ze is werkelijk van haar stuk gebracht door de stemverheffing van de conducteur. “Ja mevrouw, helaas heeft u niet ingecheckt, dus geen geldig vervoersbewijs”, zegt hij streng. De vrouw begint met zachte stem, op verontschuldigende toon iets te zeggen dat ik niet versta. Dan verschijnt er een brede glimlach op het gezicht van de conducteur. “Ha ha, maakt u zich geen zorgen mevrouw, het is een veel te mooie dag om bekeuringen uit te delen. Maar de volgende keer beter opletten he?” Er gaat een zucht van verlichting door de coupé. Ik ontspan en word helemaal blij, ik zie het om me heen gebeuren. De conducteur doet verder zijn werk en maakt een praatje hier en daar. Als hij is verdwenen zie ik bij veel mensen nog een glimlach, de sfeer is ontspannen, er hangt een sprankeling in de lucht. Dit is een goed begin, ik heb zin in de rest van de dag.

Het landschap schuift voorbij, huizen, bomen, weilanden. Een gedachte borrelt op. Dit is toch hetzelfde bedrijf, de NS. De conducteur uit het krantenbericht heeft dezelfde vakopleiding, hanteert dezelfde regelgeving en wordt volgens dezelfde bedrijfsprincipes aangestuurd. Is dit niet het ultieme bewijs dat klantvriendelijkheid, klantgerichtheid, of zo je wilt, klant-georiënteerd handelen, uitsluitend wordt bepaald op de werkvloer. Is het niet zo dat de weerbarstige praktijk, daar waar geen manager aanwezig is, bepaalt wat het gezicht is van een organisatie?

Als organisatieadviseur help ik mee aan het tot stand komen van klantvriendelijk beleid in organisaties. Ik denk en organiseer mee met initiatieven over hoe de beleving van een klant moet zijn en welk gedrag dit van medewerkers vraagt. Maar, hoe effectief is dat eigenlijk? Nog altijd nemen managers, beleidsmakers en consultants de papieren werkelijkheid als vertrekpunt. We doen klantonderzoek, analyseren en schrijven gedrag voor in beleidsnota’s en powerpoints. Bijvoorbeeld: “hoe krijgen we het voor elkaar dat de klant tevreden is?” “Hoe zorgen we ervoor dat onze medewerkers glimlachend de klant bedienen?”, Hoe zorgen we ervoor dat…….. Allemaal gedrag dat zowel de medewerkers als de klant dienen te tonen bij een juiste uitvoering van het beleid.

Hoewel mijn verstand het allemaal volgt begint het dan toch bij mijn haarwortels te kriebelen. Het uitgangspunt blijft: De werkelijkheid moet anders, de wereld is verkeerd. De medewerkers moeten gaan werken volgens het concept dat wij bedenken. Maar, de wereld is REALITEIT. Dat is het enige dat werkelijk bestaat, dat kan toch nooit verkeerd zijn?

Misschien gebeurt het al lang, dat klantvriendelijk handelen. Misschien verdienen al die conducteurs, winkeliers, stewardessen, baliemedewerkers enzovoort gewoon vertrouwen. Misschien begint het allemaal met heel erg goed luisteren naar wat zij, als ervaringsdeskundigen, hebben te vertellen. Misschien dat die verhalen precies die inspiratie bieden die nodig is om klanten nog beter van dienst te zijn.

.

TOMTOM-leadership

Zwetend rijd ik voor een sliert motoren uit. Ze volgen mij onvoorwaardelijk, dat is zo afgesproken.

Spontaan zegde ik toe wel een motortochtje te willen organiseren. Mijn medeorganisator verzorgde de uitnodigingen, ik kon me dus richten op de route. Prettige bijkomstigheid, een mooie aanleiding om nu eindelijk eens die TOMTOM-rider aan te schaffen. Daarop kan exact de juiste route worden uitgezet, gewoon thuis achter de computer. Een makkie dus, zo leek het.

Een nieuw informatiesysteem leren kennen duurt bij mij altijd langer dan ik vooraf inschat. Het belooft ook dit keer veel en vooral makkelijk. Je geeft aan dat je van punt A naar punt B wilt, de mate waarin bochten wenselijk zijn en voilà de complete route verschijnt op het scherm. De eerste keer proefrijden leverde mij vooral bezoek op bij onbekende boerenerven en voetpaden. Best wel leuk als je alleen op pad bent. Nog een keer thuis, heel precies, alle via-via punten aangegeven en opnieuw de tocht gereden. Ging weer niet goed. Voordeel was wel dat ik de route ondertussen uit mijn hoofd kende.

Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel (bestaat er ook een “vooruitkijkspiegel”?) en zie de indrukwekkende sliert motoren achter mij aan zwenken. Het gaat nog goed, maar straks komen we door een stadje. Met mezelf heb ik afgesproken om de route uit mijn hoofd te rijden. Goed kijken, richtingsgevoel en geheugen gebruiken. Zo ging het de vorige keer goed. Uitkijken, ik rij het stadje in. Er zijn hier veel afslagen. Even paniek, hoe zat het ook al weer? Ik twijfel en schakel toch de routeplanner in. Na deze afleiding kijk ik achterom, om te checken of alles nog goed gaat. Dan weer voor me, de routeplanner slaat aan het her-berekenen, geeft verschillende opties aan ……… shit, afslag gemist. Met een groep motoren beland ik op een industrieterrein.

Aan mijn coach-tafel zit een manager van middelbare leeftijd. Hij kijkt me vertwijfeld aan. We hebben zijn reorganisatieplan doorgenomen, maar hij twijfelt. Als ik beslis om dit team te splitsen heb ik een probleem met mijn collega. We bespreken de impact en criteria van deze en nog andere beslissingen. Uiteindelijk zijn we tot een zekere helderheid gekomen, veel beter kunnen we de toekomst ter plekke niet voorspellen. Wat zou jij doen? Vraagt hij?

Het risico ligt op de loer dat ik zijn routeplanner ga worden. Dat hij me volgt om vervolgens op een industrieterrein te belanden waar hij niet wil zijn. Het ultieme moment om verantwoordelijkheid te nemen is altijd spannend.

Het brengt me terug in de tijd. Ik was nog maar kort in functie als leidinggevende. Het was tijd om salarisvoorstellen te doen. Ook toen was er crisis en er moest flink worden bezuinigd. Mijn kennis van “mijn” mensen was nog beperkt. Argumenten had ik opgehaald bij de teamleiders. Mijn superieuren hadden een heel andere opdracht dan ik had verwacht, namelijk de nullijn. Zij kenden de mensen in mijn teams goed, veel beter dan ik. Tijdens de onderhandelingen slonk mijn zelfvertrouwen per verloren voorstel. Iedere onderhandeling verloor ik op een tekort aan overtuigingskracht en argumenten. Mijn teamleiders had ik teveel te vriend willen houden en steunen, te weinig laten zweten met hun argumenten, waardoor ik die van mij niet op orde had. Eigenlijk had ik steun willen hebben van mijn superieuren, zij moesten mijn routeplanner zijn. Dit bleek één van de belangrijkste leerervaringen in mijn carrière als leidinggevende.

Waarom is het zo ingewikkeld om te vertrouwen op je interne beoordelingsvermogen. Om te gaan staan voor jouw beslissingen en daarmee zichtbaar te zijn? Wanneer is iets voldoende doordacht, wanneer heb je voldoende geluisterd naar collega’s, adviseurs en medewerkers? Hoe meer informatie, hoe complexer de besluitvorming. Kunnen we al die informatie niet laden in een informatiesysteem en die laten berekenen conform welke criteria welke uitkomst is gewenst? Onze organisaties staan bol van de “dashboards” die besluitvorming makkelijker moeten maken. Is een computer rechtvaardiger dan een menselijke rechter? Is het veiliger om een drone zelf te laten beslissen of iets gebombardeerd moet worden of niet? Geeft een “performance indicator dashboard” beter weer hoe mensen op de werkvloer presteren dan je intuïtie als leidinggevende terwijl je rondloopt op de werkvloer? Het is allemaal wel objectiever, een computer heeft geen testosteron of andere verstorende stofjes die emotionele vervorming in de hand werken. Aan de andere kant, de beslissingen gaan over een dynamische (menselijke) werkelijkheid. Wat nu waar is kan over een uur totaal anders zijn, ook in het verkeer.

Het ploegje motorrijders kijkt me lachend aan. Een bulderende Harley stopt naast me en vraagt waar ik naartoe wil. Samen bepalen we de juiste afslag. De verdere route heb ik uit mijn hoofd vooropgereden. Zelfvertrouwen groeide gaandeweg. De vriendelijkheid, het vertrouwen, dat hielp. Voorop mogen rijden (leiden) is een geschenk van de groep. Mijn gedachte was, als ik dan toch de verkeerde weg in sla, dan uit volle overtuiging dat ik op dat moment de beste optie heb gekozen.

De manager kijkt me na aan lange stilte aan. Dit heeft tijd nodig, zegt hij. Dit gaat terug tot wie ik in essentie ben en of ik dat durf te laten zien. Zichtbaar zijn, dat is eigenlijk altijd spannend. We hebben een mooie stap gemaakt vandaag.

TOP