.

“The green deal”

Greendeal

foto: N.T. Klok

Deze tekst was de opmaat voor een dag over duurzaamheid voor veranderkundige professionals op vrijdag 6 maart 2020.

Natuurlijk heb ik mezelf aangeboden om deze workshop te verzorgen. Immers, wat ligt -voor een groep veranderkundige collega’s- meer voor de hand om te onderzoeken, dan zo’n onderwerp op dit ogenblik van besluitvorming over de “green deal”? En ja, ik doe het samen met een gewaardeerde collega en nee, natuurlijk ben ik ‘maar’ een procesbegeleider en wordt niet van mij verwacht dat ik inhoudelijk richting geef. Maar toch, je gaat nadenken hè, waar hebben we het eigenlijk over?

Het probleem is niet dat er te weinig informatie beschikbaar is. Er wordt zo’n beetje iedere dag wel een meer of minder diepgravend artikel gepubliceerd, variërend van kranten over stakende boeren via de ‘Ocean clean up’ van Boyan Slat tot “Het water komt” van Rutger Bregman. Dus hoe vlieg je zo’n onderwerp nu aan?

De Franse filosoof Michel Serres heeft het over “multipliciteiten”, wat zoveel betekent als: veelvoudigheden of objecten waarvan je niet precies kunt zeggen waar hun grenzen liggen of waar ze zich bevinden. Denk aan wolken of een zwerm vogels. De Engelse filosoof Timothy Morton spreekt in dit kader over “hyperobject”, een object dat zo groot is in tijd en ruimte dat we er eigenlijk op geen enkele manier grip op kunnen krijgen. Dit geeft me enigszins rust. Als grote denkers deze termen gebruiken is het niet vreemd dat ik als simpele burger soms door die paar bomen het bos niet meer zie.

Vandaag (4 maart 2020) staat in de Volkskrant een artikel over de Europese “Green deal”. Het komt erop neer dat in de komende anderhalf jaar wetsvoorstellen worden gemaakt voor duurzamere landbouw, behoud van biodiversiteit, schone energie, isolatie van huizen, aanplant van bossen, schoner vrachtvervoer, schoner wegtransport (elektrisch, waterstof) en duurdere uitstootrechten voor bedrijven. Kortom, alles verandert. De commissie kiest voor de term Just Transition Mechanism (JTM). Ik interpreteer: alles verandert, zelfs het veranderen zelf.

Met die gedachte graas ik verder in het duurzaamheidsveld en stuit dan al snel op Ingrid Visseren-Hamakers: beleidsmaker, milieukundige en deelnemer aan het IPBES (Global Assessment on Biodiversity and Ecosystem Services). IPBES doet onderzoek naar biodiversiteit, er zijn 132 landen lid, ze is een zusje IPCC (Intergovernmental Panal on Climate Change).

De samenvatting van het IPBES-rapport 2019 is onderwerp van politieke onderhandelingen t.b.v. uitonderhandeling van de nieuw ‘Global deal’ voor natuurbeleid voor 132 deelnemende landen, ingaande eind 2020.

Het rapport stelt: “door menselijk ingrijpen verdwijnen soorten en wordt de wereld onleefbaar”. Een moeilijk voor te stellen begrip. Onleefbaar betekent namelijk dat wij als soort zullen uitsterven.

René ten Bos, (filosoof, schrijver van een boek over extinctie (uitsterven) en hoogleraar aan de universiteit van Nijmegen.) verwijst voor deze vraag o.a. naar het boek van Emanuel Kant (1794, verlichtingsfilosoof) “Das ende alle dingen”. Wat betekent het als alles eindigt?

  • Verstand kan het wel bedenken, maar kan er niks mee;
  • Het is “subliem”, je kunt het niet theoretiseren;
  • Het gaat ons voorstellingsvermogen te boven, maar het fascineert ons wel.

Wat moeten we doen?

  • Aan alle knoppen draaien en iedere catastrofe beschouwen als een leerervaring.

Wow, de kern zou dus zo maar kunnen zijn dat we als mensen moeten leren van de catastrofes die we hebben aangericht. Tijdig dan wel, want de laatste catastrofe kan niemand navertellen.

Nauw verwant aan deze vraag is natuurlijk: wat is kwaliteit van leven? Voor ons als veranderkundigen is van belang dat er wordt gesproken van twee niveaus van invloed, namelijk:

  • Indirect drivers: hoe organiseren we? Bijvoorbeeld wet en regelgeving;
  • Direct drivers: overbevissing, landbouw, woningbouw, industrie etc., zeg maar alles dat we direct in onze omgeving kunnen waarnemen.

De vraag is natuurlijk, wat hebben we nu geleerd? Ik citeer nogmaals Ingrid Visseren Hamakers: “De huidige doelstellingen van “Aichi (love knowledge) biodiversity targets” vastgesteld in 2010 (looptijd 10 jaar) zijn niet gehaald. We zijn -medio 2019- niet op koers om de 20 doelstellingen te bereiken. Het blijft plannenmakerij. De achilleshiel van alle internationale milieubeleidsplannen is dat het papieren tijgers zijn. We doen iets fundamenteel verkeerd met ons (inter)nationaal natuurbeleid.” Haar conclusie: alles moet anders, en wel als volgt:

“Transformative change needed to meet international goals for sustainable development:

A fundamental, system-wide reorganization across technological, economic and social factors, including paradigms, goals and values. Transforming the indirect drivers.

De zin moet ik een paar keer lezen, maar ik realiseer me, als dit geen opdracht is aan ons allemaal, dan weet ik het ook niet. Wellicht lees ik andere literatuur dan onze Amerikaanse president of politiek verwante zendelingen, maar waar ik ook lees, luister en kijk, het lijkt erop dat we geen keuze hebben. De green deal klimaatwet wordt vandaag 4 maart door klimaatactivisten onder aanvoering van Greta Thunberg als volgt geduid:

De nieuwe Europese klimaatwet is een ‘capitulatie’ voor de uitdaging die de opwarming van de aarde vormt. Het voornemen om tegen 2050 tot een klimaatneutraal Europa te komen, is niet meer dan een schijnoplossing omdat het niet zuiver gebaseerd is op wetenschappelijke feiten. De natuur onderhandelt niet.

Ik ervaar het allemaal als donderwolken aan de horizon. Ik zie de zware lucht samentrekken, de zon schijnt er nog overheen, maar ik weet, later vandaag wordt het noodweer. Wat kan ik doen? Nou ja, veel eigenlijk.

  • Is het echt noodzakelijk om met de auto i.p.v. de trein te gaan?
  • Kan ik minder plastic verpakkingen gebruiken dan ik doe?
  • Koop ik mijn voedsel kunstmest en bestrijdingsmiddel vrij?
  • Zet ik de verwarming laag als ik van huis ga?
  • Doe ik de lichten uit als ze niet meer nodig zijn?

Deze lijst kan nog veel langer en eerlijk gezegd, ik voldoe bij lange na niet aan de norm die ik voorsta. Rationeel onderschrijf ik volledig de noodzaak, maar waar het initiatieven betreft schiet ik hopeloos tekort. En dan heb ik het nog niet eens over wat ik in mijn omgeving zou kunnen doen.

Dat brengt de volgende vragen voor ons vakgebied:

  1. Wat brengt mij van denken naar doen?
  2. Hoe zet ik anderen in beweging om anders te denken en anders te doen waar het gaat om klimaat?
  3. Hoe krijg ik grip op het mondiale vraagstuk dat onze wereld bedreigd. Het weefsel van onze natuur rafelt (of ontbindt) steeds meer.

Met deze vragen gaan we vandaag aan de slag.

Ter inspiratie nog wat losse gedachten.

Het woord ‘afval’ blijft rondtollen in mijn hoofd. Is afval wellicht de sleutel? Simpel gesteld, de verbrandingsmotor produceert resten die we niet hergebruiken en is daardoor vervuilend? Maar, als ik ademhaal produceer ik zelf kooldioxide als restproduct. Ik vervuil dus al door adem te halen. Gaat het dan toch om balans, om voldoende planten die kooldioxide weer omzetten in zuurstof? Is het gewoon zo dat wij op een zo directe manier onderdeel zijn van de natuur? En wat betekent dat dan?

Het zou kunnen betekenen dat we moeten nadenken over de perspectieven van waaruit wij denken en handelen. Antropocentrisch handelen gaat er bijvoorbeeld vanuit dat de mens het middelpunt van de schepping is. Ecocentrisme is een term uit de milieufilosofie en de ethiek. In dit wereldbeeld staat niet de mens maar het ecosysteem centraal. Hierop door redenerend kun je stellen dat de natuur wel degelijk een onderhandelingspartner is.

Hiermee zijn we terug bij een boek uit 2008 van Eric van Praag: “De aarde heeft koorts”.

Misschien is de mens wel de ziekte die bij hoge koorts uitsterft, tenzij we tijdig transformeren.

 

TOP