.

Wandelcoach

“Als je met beide benen op de grond blijft staan kom je geen stap verder” (Loesje)

Stiltes zijn belangrijke momenten tijdens een coach-gesprek. Het is vaak zo’n moment dat een inzicht doordringt in het bewustzijn. Dat je een gedachte moet laten bezinken om de betekenis te kunnen bevatten. Zo’n moment van niet weten wat je moet zeggen. Bijvoorbeeld het inzicht dat je al jaren vastzit in een baan die niet goed (meer) bij je past. Dat je toch beter had moeten luisteren naar je partner voordat die de relatie verbrak. Dat stress ook te maken heeft met hoe je zelf over een situatie nadenkt. Zomaar wat voorbeelden van inzichten die tijdens het coachen kunnen ontstaan, maar al buiten wandelend een andere dimensie hebben dan binnen.

Buiten is dus anders dan binnen en bewegen anders dan stilzitten. Maar waarom werkt een wandeling nu zo goed? Waarom is het tijdens wandelen makkelijker om stil te staan bij dingen? Waarom geeft wandelen een goed gevoel, levert het andere inzichten op die ook nog eens beter beklijven dan binnen?

Natuurlijk is bewegen in algemene zin goed. Er komen stofjes vrij zoals endorfine, serotonine en dopamine, hierdoor ontstaat een prettig gevoel. Daarnaast stroomt bloed wat sneller, waardoor er meer zuurstof in organen, -waaronder je hersenen- terecht komt. Je kunt dus helderder denken. Door bewegen kunnen ideeën spontaan ontstaan, creativiteit wordt erdoor gestimuleerd en het vermindert stress. Zoals Eric Scherder (hoogleraar neuropsychologie aan de VU) dat als geen ander kan verwoorden: “de prefrontale cortex remt beter op de brein-gebieden die stress veroorzaken, je hebt dus minder last van stress”.

Magie

Maar er is meer, de meeste wandelaars zullen dit herkennen. Zeker als je samenloopt valt er in het begin veel uit te wisselen. Je praat, luistert en reageert. Na een tijdje vertraagt het gesprek. De omgeving begint als het ware op je in te werken. Zeker als je in de natuur loopt werken de geluiden, de kleuren, de geuren onbewust door. Het ritme zorgt voor een bepaald soort dromerigheid. De traagheid van wandelen veroorzaakt tijdloosheid en mentale ruimte. Die ervaring van mentale ruimte kan wel eens te maken hebben met het beschikbaar komen van het langetermijngeheugen. Immers, het langetermijngeheugen werkt aan de hand van beelden en associaties. Juist het langetermijngeheugen wordt door indrukken uit de natuur gestimuleerd. Je kunt dus een zee aan herinneringen aanspreken tijdens het wandelen.

Als coach wil je natuurlijk dolgraag dat iedereen dit ervaart, maar zo werkt het ook weer niet. Misschien is de mens van nature wel een padvinder. Als metafoor werkt het in ieder geval. Ik kan nooit voorspellen hoe een wandeling verloopt. De één loopt sneller of makkelijker dan de ander waardoor de route of de duur onderweg wordt aangepast. Er ontstaat iets in het gesprek waardoor je op een open plek korte of langere tijd stilstaat, bijvoorbeeld omdat het gesprek vraagt om oogcontact. De ene mens is gevoeliger voor de omgeving dan de ander. Kortom, ook als coach ervaar ik zo’n sessie als het zoeken naar zowel een mentaal als een fysiek pad om verder te komen.

De natuur biedt werkelijk een schat aan metaforen. Vaak gebruiken we die spontaan. Bijvoorbeeld een cliënt die een “spagaat ervoer”. Veel mensen herkennen dat, het tweeslachtige denken dat besluiten of handelen in de weg kan staan. Toen ik in een spagaat ging staan konden we daar allebei om grinniken. Het beeld is natuurlijk gekkigheid, maar het leverde een prachtig gesprek op over denken en handelen in polariteiten als tegenhanger van de spagaat.

TOP